Nog beter paardrijden

Een even drastische als plastische instructeur zei ooit tegen een leerling die zijn paard in de krul trok: ‘Ik wil je wel leren paardrijden, maar dan moet ik eerst je handen eraf hakken.’ Zo heet zal de soep uiteindelijk niet zijn gegeten, maar het beeld was wel meteen duidelijk: wie sleurt aan de teugels komt met een paard geen stap verder.

Toch heb je wel degelijk een goed stel handen nodig om fijnzinnig met je paard te kunnen communiceren. De weerstand biedende hand, de halve ophouding, het begrenzen of opvangen met de buitenteugel, je handen zenden constant belangrijke signalen naar je paard. Dan ben je toch blij dat die drastische instructeur zijn zin niet heeft gekregen.

Op het KNHS Indoorkampioenschap was Maarten van Stek één van de deelnemers in de klasse ZZ-Zwaar. Door een auto-ongeluk moet hij zich al vanaf zijn zesde jaar met één arm redden. Dat lukt ‘m aardig goed, Maarten maakt binnenkort met William (v. Worldly) zijn debuut in de Lichte Tour. Maar je hoeft niet veel verstand van paardrijden te hebben om te weten dat Maarten op dat kampioenschap fiks in het nadeel was.

Toen ik Maarten leerde kennen wás er helemaal niet zoiets als paradressuur. Maarten reed gewoon mee, evenals enkele blinde ruiters die met witte tonnen en akoestische ondersteuning aan reguliere dressuurwedstrijden deelnamen. Later kwamen de grades en de speciale wedstrijden. Maar, met alle respect voor de ruiters en amazones die hierin uitkomen: dit was niks voor Maarten. Hij wil met zijn paarden zo ver mogelijk komen. Dat wil dus zeggen: de Grand Prix.

Op het KNHS Indoorkampioenschap was Maarten van Stek één van de deelnemers in de klasse ZZ-Zwaar. Door een auto-ongeluk moet hij zich al vanaf zijn zesde jaar met één arm redden. Dat lukt ‘m aardig goed, Maarten maakt binnenkort met William (v. Worldly) zijn debuut in de Lichte Tour. Maar je hoeft niet veel verstand van paardrijden te hebben om te weten dat Maarten op dat kampioenschap fiks in het nadeel was. Toen ik Maarten leerde kennen wás er helemaal niet zoiets als paradressuur. Maarten reed gewoon mee, evenals enkele blinde ruiters die met witte tonnen en akoestische ondersteuning aan reguliere dressuurwedstrijden deelnamen. Later kwamen de grades en de speciale wedstrijden. Maar, met alle respect voor de ruiters en amazones die hierin uitkomen: dit was niks voor Maarten. Hij wil met zijn paarden zo ver mogelijk komen. Dat wil dus zeggen: de Grand Prix.”

Toen ik Maarten leerde kennen wás er helemaal niet zoiets als paradressuur. Maarten reed gewoon mee, evenals enkele blinde ruiters die met witte tonnen en akoestische ondersteuning aan reguliere dressuurwedstrijden deelnamen. Later kwamen de grades en de speciale wedstrijden. Maar, met alle respect voor de ruiters en amazones die hierin uitkomen: dit was niks voor Maarten. Hij wil met zijn paarden zo ver mogelijk komen. Dat wil dus zeggen: de Grand Prix.

De ene handicap is de andere niet, de ene mens is de andere niet. In algemene zin is er dus niets te zeggen over de keuzes van ruiters om in para- dan wel in reguliere dressuurrubrieken te rijden. En veel ruiters met een beperking hébben die keuze helemaal niet. Paradressuur is een ongelooflijke verrijking, alleen al omdat valide ruiters er veel beter door kunnen leren paardrijden. Namelijk, als ze zich zouden verdiepen in de manier waarop minder valide ruiters communiceren met hun paard.

Om diezelfde reden heb ik respect voor Maarten van Stek. Hij ziet zijn handicap als een noodzaak om nóg beter paard te leren rijden. Hij accepteert niet dat zijn beperking ook een beperking van zijn paard wordt. Ik heb de afspraak met Maarten dat we hem volgend jaar op het indoorkampioenschap terugzien in de finale. En nee, Maarten, dat hoeft nog niet in de Grand Prix te zijn.

Bron: Horses.nl
Dirk Willem Rosie, hoofdredacteur (d.rosie@eisma.nl)
Deze column verscheen woensdag 4 maart 2015 in De Paardenkrant.

 

Dressuurruiters.nl