Maarten: ‘Over aanleren, afleren, opleiden en nieuwsgierig zijn’ (2)

Stage (2)

Na een gesprek bij Ton Toonen mocht ik komen; ik moest nog wel een onderkomen zoeken in de buurt. Dat werd een klein kamertje bij een – in mijn ogen – ietwat vreemde hospita in Soest, op fietsafstand van de stal. Het eten was afschuwelijk en ze had alleen gesteriliseerde melk, maar dat nam ik allemaal op de koop toe! Het echte paardenleven ging beginnen!

In die tijd verdiende je nog niks, bij Manege de Prins moest er zelfs worden betaald. Bij Ton kreeg ik 25 gulden per week zakgeld… maar daar dacht je niet aan; je ging wat leren, veel leren! Dat was je alles waard. Toen ik begon, werkten er nog twee meisjes en Pieter Metting van Rijn. Die laatste was al een jaartje verder in Deurne en ik zag enorm tegen hem op. Later is hij een uitstekende hoefsmid geworden en is dat nog steeds. Pieter runde eigenlijk de hele stal en van hem heb ik wat dat betreft het meeste geleerd als het om stalwerk ging. Ton was veel op pad om paarden te zoeken en les te geven. Maar ook thuis gaf hij, vooral in de avond, veel les. Ik kon dan uren aan de kant zitten en luisteren en kijken. Tot grote ergernis van mijn hospita omdat ik nooit op tijd was voor het eten… Haha!

Meer dan de helft van de paarden stond in pension; een mix van spring- en jachtpaarden en een enkel dressuurpaard. Veel van die jachtpaarden werden door de eigenaar alleen in het weekend gereden. Wij mochten doordeweeks deze paarden rijden. Eén van die jachtpaarden zal ik nooit vergeten: Baron! Een grote donkerbruine ruin, met tuigpaardenbloed en erg heet. Nou, daar kon Maarten wel op. Waarschijnlijk omdat ik mooi zat, boven bleef en niet wist wat ik moest vragen aan zo’n dier. Met alle lessen die ik had gekeken en die enkele lessen die ik zelf had gehad, redde ik me aardig met dat gevaarte. Ik kan mij nog goed herinneren dat ik op een middag aan het rijden was en ineens Pieter, Ton en zijn broers aan de kant stonden. Baron was heel lief vond ik en erg rustig en hij danste voor mijn gevoel. Ton vertelde dat hij Baron nog nooit zo had zien lopen en hoe knap het wel niet van mij was dat ik hem zo mooi ‘aan elkaar’ had, ‘nageeflijk’ en ‘verzameld’. En wat een prachtige ‘uitgestrekte draf’. Wist ik veel… ‘Het ging vanzelf’ zei ik, ‘Baron deed dat allemaal!’ Hoofdschuddend en half lachend liep Ton weer terug naar de kantine… Nog dagen zoemde het op stal over mijn rit met Baron. Ik begreep niet veel van het hoe en waarom.

Een tijdje later mocht ik op ‘de Erdball’, het Z-springpaard van Nico Toonen die veel door Pieter werd gereden. Erdball was een hele mooie vos, die ‘zo mooi met z’n hoofd liep’, vond ik. Pieter heeft toen de moeite genomen om me uit leggen wat en hoe over nageeflijkheid, impuls en ‘aan elkaar’ rijden. Pieter had wel een kort lontje en ik vond het maar moeilijk. Toch begon daar voor mij het besef wat nou de bedoeling was van trainen en dressuurrijden. En zo zie je maar dat je ook van een mede-stagiaire veel kunt leren, als je dat maar wilt!

De meisjes waren inmiddels vertrokken en zodoende kwam ook het kleine huisje op het terrein vrij. Daar mocht ik in gelukkig! Mijn moeder kwam elke twee weken met de schone was en maakte het huisje schoon. Mijn zakgeld werd ingehouden en mijn ouders betaalden een paar honderd gulden voor mijn onderkomen. Ook Pieter was elders zijn opleiding gaan voortzetten. Lange tijd stond ik er alleen voor. Veertig boxen schoonhouden, longeren, rijden, voeren, vegen, klanten te woord staan. Ik ging maar door. In het weekend moest ik vaak mee op concours om te helpen en op maandag gingen Ton en ik paarden kijken bij diverse handelaren. Ik heb op heel wat beesten gezeten en er ook net zo hard naast gelegen. Vele jaren later vertelde één van die handelaren dat ik heel wat jonge paarden zadelmak had gemaakt bij hem. Ik was namelijk vaak de eerste die er opstapte… wist ik veel, ik deed wat me gevraagd werd; mooi zitten en boven blijven. Achteraf natuurlijk onverantwoord voor zowel mens en dier, maar dat ging in die tijd zo.

Nando

Met het naderende toelatingsexamen in Deurne moest er een paard komen. Ton had een heel leuk schimmeltje voor me geregeld. Ik ben z’n naam vergeten maar het was een Persian Path. Alleen… hij wilde de trailer niet op. Op de dag van vertrek naar Deurne besloot die witte om heel hard achteruit de trailer af te rennen. Ik stond er achter: enkel kapot en m’n pink half door. Einde verhaal wat Deurne betreft. Gelukkig mocht ik een paar maanden later het weer proberen. En of het nou uit medelijden was of anderszins, ik mocht het paard Nando mee nemen naar Deurne! NandoNando was van een pensionklant, Inge Schothorst, en ik reed Nando af en toe en was gek met dat paard. Nando was een stoere bruine ruin van de hengst Garant. Voor die tijd met een heel mooi veertje in z’n beweging en een boterzachte mond. Nando (en dus ook Inge) hebben gezorgd dat ik met goed gevolgen toelatingsexamen heb kunnen doen. Een paar maanden later mocht ik naar de Basisopleiding. Drie maanden intern ‘op Deurne’, een droom kwam uit. En… ik mocht Nando drie maanden meenemen van Inge. Ik was nog te jong om me te beseffen wat een geweldig gebaar dit was van Inge. Pas geleden heb ik haar alsnog vanuit het diepst van mijn hart bedankt.

De drie maanden Deurne waren een leuke tijd, eigenlijk ging alles me redelijk gemakkelijk af. In mijn beleving werd ik van iedereen het minst uitgemaakt voor ‘kloothommel’ door Cor Loeffen, had ik de minste aanvaringen met stalmeester Brammeijer en mocht ik het vaakst mee met meneer Velstra achterop de koets. Misschien overromantiseer ik nu een beetje hoor, maar ik heb alleen maar goede herinneringen aan die eerste periode Deurne. Al was het maar omdat ik geen veertig boxen hoefde uit te mesten…

In deze periode is mijn mentaliteit vooral gegroeid. Ik wilde leren, ik nam alles op wat ik zag en hoorde; niet alleen van de grote jongens, maar van iedereen. Ik was nieuwsgierig naar meer! Deurne was in die tijd vooral bedoeld als opleiding tot manege-instructeur. De sport kwam op de tweede plaats. In de structuur van deze opleiding leerde ik dat er regels moesten zijn, je je dat je consequent moest gedragen en altijd je best moest doen, ook al was dat vaak lang niet genoeg. Maar met kleine stapjes kwam ik ergens en bleef de honger naar kennis groeien; tegen elke prijs.

Mijn volgende stage adres moest van Deurne uit een echte, commerciële manege worden. Voor mij werd Manege Prinsenstad in Delft uitgekozen. Een totaal andere wereld dan ik gewend was. Hierover vertel ik in deel 3 meer!

Maarten van Stek

logo dressuur magazine

Bron: Dressuur.nl

 

Ps: Volgende week verschijnt deel 3!

Dressuurruiters.nl