Maarten: ‘Over aanleren, afleren, opleiden en nieuwsgierig zijn’ (1)

De paardensport is mij niet met de paplepel ingegeven; verre van dat. Mijn ouders hadden niets met paarden. Oh, ze vonden het wel prima dat ik ging paardrijden, dat wel. Mijn zusje hing ook al iedere zaterdag op de manege en ik ging als zevenjarig jongetje paardrijden op therapeutische basis, want ‘dat was zo goed voor mijn ontwikkeling.’

Pony’s..

Toen we later naar een boerderij in de Achterhoek gingen verhuizen, kregen we pony’s. Daar scheurde ik dan zo’n beetje mee door de wei en in de boomgaard. Volgens mij stond mijn moeder soms doodsangsten uit, dus kwam er een heuse buitenbak, met zand en een hek er omheen. Op een paar wedstrijdjes na (via de FPG) en een aantal Bestgaande Rij pony rubrieken bij het New Forest Pony Stamboek, was dat wel ongeveer mijn ponyruitercarrière. Ik kon niks, behalve boven blijven en keurig zitten…

Toen ik van de Havo afkwam was het voor mijn vader een uitgemaakte zaak dat ik naar ‘zijn’ Kunstacademie zou gaan. Ik had daar zo mijn bedenkingen bij; ik had niet zoveel met de wereld van mijn vader. Nee… dit joch van amper 17 moest zo nodig ‘de paarden’ in… Mijn moeder had er wat minder moeite mee en was bereid om met mee te gaan naar Deurne voor een gesprek met Meneer Tjeerd Velstra. Hoe groot haar opluchting was weet ik niet, maar het oordeel van Meneer Velstra was kort en bondig: “Uw zoon hoort met zijn handicap helemaal niet thuis in deze wereld. Bij ons is er geen plek voor hem.” Maar op één ding had niemand gerekend; dit joch van amper 17 liet zich niet afpoeieren en zette door…

Stage bij de paarden

Niet lang daarna ging ik op ‘proefstage’ bij Mevrouw Thea Hendriks in Gorssel. En daar begon mijn echte paardenleven. In mijn beleving dan, want ik kon nog steeds niks, behalve boven blijven en keurig zitten. Qua dressuur rijden wist ik echt niet veel en mijn kennis over de verzorging liet ook te wensen over. Maar daar werd wat aan gedaan op Manege De Prins! Ik mocht het zogenaamde Paardenverzorging Diploma gaan halen! Moest je onder andere kunnen poetsen, EHBO-en voor paarden, wat theorie kennen, invlechten en bandageren op vier verschillende manieren. Voor die laatste twee onderdelen kreeg ik vrijstelling, al begreep ik niet zo goed waarom, ik vond dat onzin. Een paar ochtenden in de week was ik vroeg op stal, pakte een braaf manegepaard, vlechtnaald en pektouw en de kist met lappen en bandages. En maar oefenen! Bloed, zweet en tranen en nog meer frustratie speelden mij parten, maar het moest en het zou. Lang verhaal kort: invlechten moest ik inderdaad opgeven; niet te doen met één hand. Maar bandageren kon ik! Met hand, voeten, knieën en tanden… Ik kreeg mijn allereerste ‘Paardensport Diploma’ met een 10 voor bandageren. Dat ik niet kan vlechten vind ik niet erg, maar bandageren kan ik nog steeds voor een 10!

Deurne

Mijn reputatie als ijzervreter en doorzetter was geboren. Ik mocht, dankzij Mevrouw Hendriks, toch twee weken naar Deurne! Weliswaar voor het toelatingsexamen Instructeur FPG (Federatie Paardrijden Gehandicapten) want dat was minder zwaar en wie weet kon ik in die hoedanigheid toch nog wat betekenen, al was het maar als ervaringsdeskundige. Ik wilde dat eigenlijk niet, maar binnen was maar binnen. Ik kreeg van Mevrouw Hendriks het manegepaard Jenny mee, een lieve merrie die altijd netjes met een ronde hals aan de teugel liep, braaf een sprongetje maakte en omdat ze weinig beweging had, kon je er keurig op zitten. En ik werd toegelaten! Maar slim als ik was, heb ik aan Meneer Velstra gevraagd of ik toch goed genoeg was om ‘voor het echie’ te gaan. Hij krabde zich een keer achter de oren, snoot zijn neus en zei: “Nou jongen, ik geloof dat niemand jou kan tegen houden, dus vooruit dan maar. Op één voorwaarde: je gaat stage lopen op een echte sportstal, met weinig personeel, waar ze je niet ontzien en waar veel gesprongen wordt, want dat kan je beter dan dressuren. Dan doe je opnieuw toelatingsexamen en dan zien we wel weer verder.”

Die pension- en springstal werd Stal Ton Toonen in Soest. Ton sprong Nationaal, deed veel handel en kreeg dressuurles van Piet Oothout. Er was inderdaad weinig personeel, zo’n 40 paarden en nee, ze hebben me niet ontzien. Over mijn avonturen daar en het vervolg van mijn opleiding lees je meer in Deel 2 Over aanleren, afleren, opleiden en nieuwsgierig zijn…

Maarten van Stek

logo dressuur magazine

Bron: Dressuurruiters.nl

Ps: Volgende week verschijnt deel 2!

Dressuurruiters.nl